 |
|
Doorsnee van een huid met o.a. zweetkliertjes ,bloedvaten , talg kliertjes en zenuwpapillen
|
 |
|
Het haar laat los en de haarbol blijft als een witte bolletje onder in het haarzakje achter.
|
 |
|
Het haar verlaat de huid.
|
|
Haren zijn vertakte en verhoornde uitgroeisels van de opperhuid. Op de bodem van het haarzakje waarin de haar is ingepland, bevindt zich een haarpapil. Deze is door het kolfvormige ondereinde van de haar omgeven.
Het haarzakje ontstaat in de eerste maanden van het leven van de ongeboren baby. Na de geboorte ontstaan geen nieuwe haarzakjes meer. Het aantal haarzakjes is bij vrouwen en mannen even groot, maar kan per type mens verschillen. Ieder mens heeft ongeveer honderd tot honderdvijftigduizend haren op zijn hoofd. Het is normaal wanneer er dagelijks ongeveer tachtig à honderd haren uitvallen. Wanneer er meer haren uitvallen, is er sprake van haarverlies. U kunt dit testen door een plukje van ongeveer zestig haren beet te pakken en daar zachtjes aan te trekken. Wanneer er meer dan twaalf loslaten, is dat teveel. Haaruitval kan te maken hebben met een abnormale vorm van het haar, dat soms erfelijk is bepaald. Hierdoor kan het haar in de lengte splijten, of overdwars afbreken. Ook haarziekten (alopecia), die gekenmerkt zijn door grote haaruitval, zijn bekende verschijnselen. Sterke haaruitval treedt onder andere bij eiwitarme voeding of bloedarmoede op. Tevens kan dit zich voordoen bij het gebruik van anticonceptiemiddelen, of na een bevalling. Bepaalde medicijnen, zoals antidepressiva, bèta-blokkers en zelfs aspirine kunnen als bijverschijnsel haaruitval geven. Men kan ook haar verliezen door:
- te streng vermageringsdieet
- vegetarisch dieet
- diabetes
- hoge koorts
- oververmoeidheid
- bloedarmoede
- zwemmen in sterk gechloreerd water
- roken
- alcohol
- heftige emoties
- aanhoudende stress
Testosteron is bij zowel mannen als vrouwen van grote invloed voor de ontwikkeling van het haar. Bij vrouwen produceren de bijnieren en de eierstokken een minimale hoeveelheid van het mannelijke geslachtshormoon. De bloedvaatjes dienen voor de voeding van de huid en in de haarzakjes groeien onze haren. Een gezonde haar groeit iedere drie dagen ongeveer één millimeter, en voor een maximale periode van zes jaar. Daarna valt de haar uit en groeit er uit dezelfde porie weer een nieuwe haar. Zoals alle biologische processen, heeft ook een haar een eigen groeicyclus. Deze kan variëren van een half jaar tot zes jaar. Afhankelijk van de streek waarin wij leven, bijvoorbeeld ons zomer en winter ritme, ontstaat er ook een ritme in de haarcyclus. Er is een fase van groei (anagene fase) en een fase van rust (telogene fase). De rustfase duurt gemiddeld honderd dagen en de groeifase gemiddeld duizend dagen.
Tussen de rust en de groeifase neemt de stofwisseling in de haarwortel gelijdelijk toe. De haar rust dan in het bovenste deel van de haarschede. Als een haar zijn volle lengte heeft bereikt, gaat de rustperiode van ongeveer honderd dagen in. Daarna gaat de haarwortel weer haarcellen produceren voor een nieuwe haar. Door het groeien van de andere haar, wordt de bestaande haar weggeduwd en vervangen. Elk haarzakje is verbonden met een talgkliertje, dat een vettige stof afscheidt waarmee onze huid soepel wordt gehouden. Het komt via een haar aan de oppervlakte en werkt als een soort ‘leervet', die het haar soepel, glanzend en veerkrachtig houdt.
Verder maakt talg het haar ook waterbestendig, zodat water erlangs naar beneden loopt. Vuil en stof worden hierdoor gemakkelijker meegenomen. Tijdens de pubertijd worden de talgklieren vaak actiever. Hierdoor ontstaat er vaak een vettere huid en worden de poriën wijder. Verstopping van de talgklier, door cellen van de huid, lijdt soms tot een zwelling. Wanneer deze dan gaat ontsteken, spreken we vaak van een puist. Na het twintigste jaar wordt de vetafscheiding minder en de huid steeds droger. Wanneer de huid te snel uitdroogt, wordt zij ruw, voelt deze strak aan. Hierdoor belemmert dat een optimale doorbloeding en het voedseltransport naar de haarpapillen. Het versoepelen door massage van de hoofdhuid en het zoveel mogelijk stimuleren en activeren van de talgkliertjes en de voeding door doorbloeding, zorgen ervoor dat het eerder beschreven proces positief wordt beïnvloed. De van voor de geboorte aanwezige haarzakjes met de haarpapillen zullen daardoor weer kans maken, uit te groeien tot normaal haar.
|